• 24 uur per dag / 7 dagen per week
  • Wilhelminastraat 78, 5731 ER MIERLO
  • +31(0) 492 66 22 60

Algemene voorwaarden Taxivervoer

Artikel 1: Begripsomschrijving
In deze Algemene Voorwaarden voor Taxivervoer wordt
verstaan onder:
1. Taxivervoer: al het overeengekomen personenvervoer
per Auto zoals bedoeld in artikel 1 sub f. van de Wet personenvervoer
2000, waarbij de ritprijs van tevoren is overeengekomen
dan wel wordt bepaald door het hanteren
van de Taxameter. Het vervoer omvat tevens het in- en
uitstappen.
2. Vervoerovereenkomst: de tussen Reiziger/ Opdrachtgever
en Vervoerder afgesloten overeenkomst om taxivervoer
te verrichten.
3. Taxistandplaats: een deel van de voor het openbaar
verkeer openstaande weg dat door de wegbeheerder is
aangewezen als parkeerplaats voor taxi’s.
4. Auto: motorrijtuig, als bedoeld in artikel 1 sub f. van de
Wet personenvervoer 2000.
5. Reiziger: de persoon die door Vervoerder wordt vervoerd.
6. Opdrachtgever: de natuurlijke of rechtspersoon die een
Vervoerovereenkomst aangaat met Vervoerder.
7. Opdracht:
a. een opdracht van een natuurlijke persoon aan een Vervoerder
die op een Taxistandplaats reizigers afwacht;
b. iedere andere opdracht van een Reiziger/ Opdrachtgever
aan Vervoerder.
8. Vervoerder: de natuurlijke persoon of rechtspersoon,
diens Bestuurder(s) van de auto(’s) daaronder begrepen,
die zich verbindt personen te vervoeren per Auto.
9. Bestuurder: bestuurder van de Auto waarmee taxivervoer
wordt verricht (de taxichauffeur) in dienst van Vervoerder
met inbegrip van andere Bestuurders van de auto,
die niet in dienst zijn van vervoerder maar wel dienst doen
in zijn opdracht in een vervoermiddel van Vervoerder of
een vervoermiddel dat aan Vervoerder beschikbaar is
gesteld.
10. Handbagage: bagage die een Reiziger als gemakkelijk
mee te voeren, draagbaar dan wel verrijdbaar bij zich
heeft, daaronder begrepen levende dieren, alsmede andere
voorwerpen die door de Vervoerder als handbagage worden
toegelaten.
11. Taxameter: apparaat in de auto dat de vervoerprijs
overeenkomstig de kenbaar gemaakte tarieven aangeeft.
De Taxameter dient zichtbaar aanwezig te zijn.
Artikel 2: Toepassingsgebied Algemene Voorwaarden
Deze Algemene Voorwaarden zijn van toepassing op alle
Vervoerovereenkomsten en vormen de basis voor de
behandeling van geschillen door de Geschillencommissie
Taxivervoer, zoals bedoeld in artikel 14 van deze algemene
voorwaarden.
Artikel 3: Totstandkoming Vervoerovereenkomst
1. Een Vervoerovereenkomst komt tot stand door aanvaarding
door de Reiziger van het aanbod van de Vervoerder.
2. Als sprake is van een Opdracht als bedoeld in artikel 1
lid 7a., dan is Vervoerder verplicht deze opdracht te aanvaarden,
behoudens het bepaalde in artikel 4 lid 1.
3. De verplichtingen van Vervoerder, waaronder artikel 7,
gelden eveneens tegenover de Reiziger die niet als
Opdrachtgever optreedt.
Artikel 4: Beëindiging en annulering
Vervoerovereenkomst
1. Vervoerder kan het voortzetten van de rit onmiddellijk
staken en aldus de Vervoerovereenkomst beëindigen,
indien de Reiziger dusdanige hinder veroorzaakt dat in alle
redelijkheid niet van de Vervoerder kan worden gevergd
dat hij de Reiziger (verder) vervoert. Vervoerder kan in dat

geval de Reiziger gelasten het voertuig onmiddellijk te verlaten.
2. Vervoerder is in een geval zoals is bedoeld in lid 1, niet
gehouden de Reiziger enige schade te vergoeden.
3. Bij voortijdige beëindiging is Reiziger, ingeval de ritprijs
tot stand komt via de Taxameter, het bedrag verschuldigd
dat de Taxameter aangeeft op het moment van beëindiging
van de rit. Ingeval voor aanvang van de rit een ritprijs
is overeengekomen, is Reiziger een evenredig deel van de
vooraf overeengekomen prijs verschuldigd, ter vergoeding
van het reeds gereden deel van de rit.
4. Reiziger/ Opdrachtgever kan voor aanvang van de bij
Vervoerder bestelde rit afzien. In een dergelijk geval is de
Reiziger/ Opdrachtgever gehouden tot een schadeloosstelling
naar redelijkheid en billijkheid aan de Vervoerder wanneer
sprake is van aantoonbare schade. Dit geldt ook wanneer
de Reiziger niet verschijnt op de met de Vervoerder
afgesproken plaats.
5. Ingeval Vervoerder bij een bestelde rit niet volgens
afspraak verschijnt, heeft Reiziger bij aantoonbare schade
recht op een op redelijkheid en billijkheid gebaseerde schadevergoeding.
Artikel 5: Verplichtingen en bevoegdheden – Reiziger
1. Reiziger is gehouden:
a. door Vervoerder in alle redelijkheid gegeven aanwijzingen
of instructies op te volgen, zoals het plaatsnemen op
de door vervoerder aangewezen zitplaats;
b. de gordel om te doen, voorafgaand aan de rit. Een
boete die voortvloeit uit het zich niet houden aan deze
verplichting door de Reiziger kan op deze worden verhaald.
2. Reiziger is verplicht zich in de Auto te onthouden van:
a. beschadiging en/of verontreiniging van de Auto;
b. het gebruik van alcoholhoudende dranken, tenzij met
uitdrukkelijke toestemming van Vervoerder;
c. het meevoeren en/of gebruiken van verdovende middelen;
d. het gebruiken van rookwaar;
e. agressie, het plegen van handtastelijkheden, het lastig
vallen, bedreigen, dan wel zich op een andere wijze onbehoorlijk
gedragen jegens Vervoerder en of anderen;
f. het op enigerlei wijze hinderen van Vervoerder in de uitoefening
van zijn taak.
3. Reiziger is gehouden hetzij de vooraf overeengekomen
ritprijs, hetzij de door de Taxameter bepaalde ritprijs te
betalen.
4. Wanneer vóór of tijdens de rit omstandigheden aan de
zijde van Vervoerder zich opdoen of naar voren komen, die
Reiziger bij het sluiten van de overeenkomst niet behoefde
te kennen, doch die, indien zij hem wel bekend waren
geweest, redelijkerwijs voor hem grond hadden opgeleverd
de Vervoerovereenkomst niet of op andere voorwaarden
aan te gaan, is Reiziger bevoegd de overeenkomst op te
zeggen. De opzegging geschiedt door een mondelinge of
schriftelijke kennisgeving van de reiziger en de overeenkomst
eindigt op het ogenblik van ontvangst daarvan door
vervoerder. Naar maatstaven van redelijkheid en billijkheid
zijn partijen na opzegging van de Vervoerovereenkomst
verplicht elkaar de daardoor geleden schade te vergoeden.
5. Reiziger is bevoegd om tussentijds de eindbestemming
van de rit te wijzigen; dit met inachtneming
van het in lid 3 gestelde.
6. Indien Reiziger er voor kiest zelf het portier te openen, is
deze verplicht het portier zodanig te openen, dat geen hinder
en/of gevaar voor het verkeer ontstaat.
Artikel 6: Betaling
1. Uitvoering op grond van de Vervoerovereenkomst

geschiedt op grond van de Wet Personenvervoer 2000
vastgestelde en op correcte wijze bekend gemaakte tarieven,
zoals bepaald door de Taxameter of waarbij de ritprijs
van te voren overeen is gekomen.
2. Betalingen door Reiziger/ Opdrachtgever aan Vervoerder
dienen contant met een in Nederland algemeen geaccepteerd
betaalmiddel te geschieden, daarbij algemeen
erkende vormen van elektronische betalingen inbegrepen,
tenzij anders is overeengekomen.
3. Vervoerder is gerechtigd bij Reiziger/ Opdrachtgever te
bevorderen dat contante betalingen in gepast geld worden
voldaan. Vervoerder is niet gehouden een hoeveelheid
munten als betaling aan te nemen, als het tellen daarvan
een onevenredig oponthoud veroorzaakt.
4. a. Indien de consument niet tijdig aan zijn
betalingsverplichting(en) voldoet, is deze, nadat hij door de
ondernemer is gewezen op de te late betaling en de ondernemer
de consument een termijn van 14 dagen heeft
gegund om alsnog aan zijn betalingsverplichtingen te voldoen,
na het verstrijken van deze 14-dagen-termijn over
het nog verschuldigde bedrag de wettelijke rente verschuldigd
en is de ondernemer gerechtigd de door hem
gemaakte buitengerechtelijke incassokosten in rekening te
brengen. Deze incassokosten bedragen maximaal: 15 procent
over openstaande bedragen tot € 2.500,-, 10 procent
over de daaropvolgende € 2.500,- en 5 procent over de
volgende € 5.000,- met een minimum van € 40,-. De
ondernemer kan ten voordele van de consument afwijken
van genoemde bedragen en percentages.
b. Voor zover Reiziger/ Opdrachtgever handelde in de uitoefening
van een beroep of bedrijf maakt Vervoerder aanspraak
op vergoeding van de buitengerechtelijke (incasso-)
kosten, welke kosten in dat geval, in afwijking van artikel
6:96 lid 4 BW en in afwijking van het Besluit vergoeding
voor buitengerechtelijke incassokosten, worden vastgesteld
op een bedrag gelijk aan 15 procent van de totaal openstaande
hoofdsom met een minimum van € 75,- voor
iedere gedeeltelijk of volledig onbetaald gelaten factuur.
5. Partijen zijn gerechtigd om wederzijdse vorderingen te
verrekenen.
Artikel 7: Verplichtingen en bevoegdheden – Vervoerder
1. Vervoerder is verplicht de Reiziger, alsmede de door hem
meegevoerde Handbagage op zorgvuldige en veilige wijze
te vervoeren.
2. Vervoerder is verplicht de Reiziger naar de bestemming
te brengen volgens de voor de Reiziger gunstigste weg:
hetzij via de snelste dan wel economisch voordeligste
route, tenzij de Reiziger of de meldkamer/ centrale nadrukkelijk
verzoekt of opdracht geeft om langs een andere
route te rijden.
3. Vervoerder is verplicht Reiziger behulpzaam te zijn bij
het in- en uitstappen alsmede het in- en uitladen van
Handbagage, tenzij zulks om (verkeers-)technische redenen
onmogelijk is.
4. Vervoerder is bij gebruik van de Taxameter verplicht de
stand van de Taxameter bij het einde van de rit zo lang te
laten staan, dat Reiziger zich redelijkerwijs van de stand op
de hoogte heeft kunnen stellen.
5. Vervoerder is verplicht om, zoals voorgeschreven in artikel
1c van de Regeling maximumtarief en bekendmaking
tarieven taxivervoer, aan de Reiziger een betalingsbewijs te
verstrekken waarop tenminste de daar voorgeschreven
gegevens staan, zoals de ritprijs en daarbij toegepaste
tarieven, de gereden afstand, naam, adres en nummer vergunning
van het bedrijf, kenteken voertuig, datum en
begin- en eindtijdstip van de rit.
6. Vervoerder is verplicht zorgvuldig om te gaan met de
persoonlijke gegevens, verkregen in verband met de

boeking van ritten of anderszins. Vervoerder verwerkt deze
gegevens conform de Wet bescherming persoonsgegevens.
7. Als de Vervoerder het vervoer geheel of gedeeltelijk
staakt, stelt de hij Reiziger zo spoedig mogelijk in kennis
van het staken en indien mogelijk van de redenen, de door
hem te nemen maatregelen en de mogelijke tijdsduur.
Artikel 8: Handbagage
1. Reiziger is verplicht zijn Handbagage deugdelijk te verpakken.
2. Vervoerder heeft het recht het vervoer van Handbagage,
welke door zijn aard lastig, gevaarlijk of verboden
is c.q. kan zijn, dan wel aanleiding kan geven tot
beschadiging of verontreiniging, te weigeren. Een dergelijke
situatie doet zich in ieder geval voor indien Handbagage
bestaat uit:
a. vuurwapens, slag- en/of steekwapens;
b. ontplofbare stoffen;
c. samengeperste gassen in reservoirs;
d. voor zelfontbranding vatbare of licht ontvlambare stoffen;
e. sterk of kwalijk ruikende stoffen;
f. verdovende middelen;
g. munitie.
3. Vervoerder is verplicht redelijke zorg aan te wenden
zodat Handbagage van Reiziger niet verloren gaat of
beschadigd wordt.
Artikel 9: Vervoer van dieren
1. Levende dieren mogen, behoudens hetgeen in het volgende
lid van dit artikel is bepaald, in gemakkelijk draagbare
mand, tas of een dergelijk voorwerp welke kan worden
neergezet of op schoot gehouden, worden
meegevoerd. Honden mogen evenwel ook op andere wijze
worden meegevoerd, mits kort aangelijnd.
2. De in het eerste lid bedoelde dieren mogen niet worden
meegenomen, indien deze op enigerlei wijze voor Reiziger
of voor de Bestuurder lastig of hinderlijk kunnen zijn of lijden
aan een ernstige ziekte.
3. Hulphonden, zoals blindengeleidehonden dienen onder
alle omstandigheden te worden meegenomen.
Indien een Bestuurder allergisch is, dient hij/zij binnen
15 minuten voor vervangend vervoer te zorgen.
Artikel 10: Gevonden voorwerpen
Met betrekking tot gevonden voorwerpen geldt, met
inachtneming van de algemene wettelijke bepalingen (artikel
5 t/m 12 van boek 5 Burgerlijk Wetboek) ten aanzien
van de aangifte- en meldingsplicht en het in bewaring
geven en nemen, het volgende:
1. Reiziger is verplicht zo spoedig mogelijk bij Vervoerder
mededeling te doen van een door hem gevonden voorwerp
of geldsom. Vervoerder is bevoegd tegen afgifte van
bewijs een aldus gevonden voorwerp of geldsom in bewaring
aan te nemen. Indien de vinder het gevonden voorwerp
of de geldsom onder zich houdt, is hij verplicht al
datgene te doen wat redelijkerwijs van hem kan worden
gevergd om de eigenaar of verliezer te vinden.
2. Vervoerder is bevoegd een door Bestuurder gevonden of
door een ander gevonden en aan hem afgegeven voorwerp
na drie maanden of, indien het voorwerp niet voor
bewaring geschikt is, eerder te verkopen, voor zover het
betreft niet kostbare zaken.
3. Vervoerder is verplicht een gevonden voorwerp, de
opbrengst van een ingevolge lid 2 verkocht voorwerp of
het bedrag van een gevonden geldsom aan de rechthebbende
af te geven, indien deze zich binnen één jaar na
melding van verlies aanmeldt. Indien de rechthebbende het
gevonden voorwerp of de opbrengst van de verkoop daarvan
opeist, mag de Vervoerder hem het verschuldigde
bewaarloon en administratiekosten in rekening brengen.
Artikel 11: Overmacht
1. Een tekortkoming kan Vervoerder niet worden toegerekend
wanneer deze niet is te wijten aan zijn schuld, of als
deze noch krachtens de wet, rechtshandeling of in het ver-

keer geldende opvattingen voor zijn rekening komt (overmacht).
Als de Vervoerder door overmacht niet aan haar
verplichtingen jegens Reiziger/ Opdrachtgever kan voldoen,
kan de Reiziger/ Opdrachtgever de overeenkomst
ontbinden. De Vervoerder zal in dat geval door de Reiziger/
Opdrachtgever vooruitbetaalde bedragen zo spoedig
mogelijk terugbetalen.
2. In geval van overmacht heeft Reiziger/ Opdrachtgever
geen recht op schadevergoeding, behoudens het bepaalde
in artikel 6:78 van het Burgerlijk Wetboek.
Artikel 12: Aansprakelijkheid van Vervoerder
1. Vervoerder is aansprakelijk voor de schade veroorzaakt
door dood of letsel van de Reiziger ten gevolge van een
ongeval dat in verband met en tijdens het vervoer de reiziger
is overkomen. Vervoerder is niet aansprakelijk, indien
het ongeval is veroorzaakt door een omstandigheid die een
zorgvuldig Vervoerder niet heeft kunnen vermijden en
waarvan Vervoerder de gevolgen niet heeft kunnen verhinderen.
De schadevergoeding die vervoerder in
genoemde omstandigheden mogelijk verschuldigd is, is
wettelijk beperkt tot € 1.000.000 per reiziger met een
maximum van € 15.000.000 per gebeurtenis.
2. Vervoerder is aansprakelijk voor schade veroorzaakt
door geheel of gedeeltelijk verlies dan wel beschadiging
van de handbagage, voor zover dit verlies of deze beschadiging
is ontstaan tijdens het vervoer en is veroorzaakt:
a. door een aan Reiziger overkomen ongeval dat voor rekening
van Vervoerder komt; of
b. door een omstandigheid die een zorgvuldig Vervoerder
heeft kunnen vermijden of waarvan de Vervoerder de
gevolgen heeft kunnen verhinderen. De schadevergoeding
die Vervoerder mogelijk verschuldigd is in geval van verlies
of beschadiging van Handbagage is wettelijk beperkt tot
een bedrag van € 1.500,- per Reiziger.
3. In geval van vertraging is Vervoerder wettelijk aansprakelijk
tot een maximum van € 1000,-.
Artikel 13: Aansprakelijkheid van Reiziger
Reiziger is in beginsel verplicht aan Vervoerder de schade
te vergoeden die hij of zijn Handbagage aan Vervoerder
berokkent, behalve voor zover deze schade is veroorzaakt
door een omstandigheid die een zorgvuldig Reiziger niet
heeft kunnen vermijden en voor zover zulk een Reiziger de
gevolgen daarvan niet heeft kunnen verhinderen. Reiziger
kan geen beroep doen op de hoedanigheid of een gebrek
van zijn Handbagage. Ook schoonmaakkosten behoren tot
de in dit artikel bedoelde vergoeding van schade.
Artikel 14: Klachten en geschillen
1. Klachten over de totstandkoming en uitvoering van de
Vervoerovereenkomst moeten volledig en duidelijk
omschreven worden ingediend bij Vervoerder binnen
bekwame tijd nadat Reiziger/ Opdrachtgever de gebreken
heeft geconstateerd of redelijkerwijs had moeten constateren.

2. Vervoerder spant zich in om, mede ter voorkoming van
geschillen, bij klachten van Reiziger deze serieus en in
redelijkheid naar genoegen van Reiziger af te handelen.
3. Ingeval partijen niet tot een afronding komen, dient
Vervoerder de klagende Reiziger te wijzen op de mogelijkheid
het aldus ontstane geschil aan de in lid 5 genoemde
geschillencommissie te kunnen voorleggen.
4. Reiziger moet ingeval hij Vervoerder aansprakelijk stelt
voor schade, deze schade zo spoedig mogelijk schriftelijk
aan Vervoerder melden. De aard en de omvang van de
schade moet daarbij bij benadering worden aangegeven.
5. Geschillen tussen Reiziger/ Opdrachtgever en Vervoerder
over de totstandkoming of de uitvoering van overeenkomsten
met betrekking tot door deze Vervoerder te leveren
of geleverde diensten, kunnen zowel door Reiziger/
Opdrachtgever als door Vervoerder worden voorgelegd
aan de Geschillencommissie Taxivervoer, Postbus 90600,
2509 LP Den Haag.
6. Een geschil wordt door de geschillencommissie slechts in
behandeling genomen, indien Reiziger/ Opdrachtgever zijn

klacht eerst aan Vervoerder heeft voorgelegd.
7. Leidt de klacht niet tot een oplossing dan moet het
geschil uiterlijk 12 maanden na de datum waarop de consument
de klacht bij de ondernemer indiende, schriftelijk of
in een andere door de Commissie te bepalen vorm bij de
Geschillencommissie aanhangig worden gemaakt.
8. Wanneer Reiziger een geschil voorlegt aan de geschillencommissie,
is Vervoerder aan deze keuze gebonden.
Indien Vervoerder dit wil doen, moet hij Reiziger schriftelijk
vragen zich binnen vijf weken uit te spreken of hij daarmee
akkoord gaat. Vervoerder dient daarbij aan te kondigen dat
hij zich na het verstrijken van voornoemde termijn vrij zal
achten het geschil aan de gewone rechter voor te leggen.
9. De geschillencommissie doet uitspraak met inachtneming
van de bepalingen van het voor haar geldende reglement.
Het reglement van de geschillencommissie wordt
desgevraagd toegezonden. De beslissingen van de geschillencommissie
geschieden bij wege van bindend advies.
Voor de behandeling van een geschil is een vergoeding
verschuldigd.
10. Uitsluitend de Nederlandse rechter dan wel de hierboven
genoemde geschillencommissie is bevoegd van geschillen
kennis te nemen.
Artikel 15: Nakomingsgarantie
1. KNV Taxi staat garant voor de nakoming van de bindend
adviezen van de Geschillencommissie Taxivervoer
door haar leden, tenzij het lid het bindend advies binnen
twee maanden na de verzending daarvan ter vernietiging
aan de rechter voorlegt. Deze garantstelling herleeft,
indien het bindend advies na toetsing door de rechter in
stand is gebleven en het vonnis waaruit dit blijkt, in kracht
van gewijsde is gegaan.
2. KNV Taxi verschaft geen nakomingsgarantie indien,
voordat het geschil door de Geschillencommissie Taxivervoer
ter zitting is behandeld en een eindbeslissing is gewezen,
van één van de volgende situaties sprake is:
a. aan het lid is surseance van betaling verleend, of;
b. het lid is failliet verklaard, of;
c. de bedrijfsactiviteiten zijn feitelijk beëindigd.
Bepalend voor deze laatste situatie is de datum waarop de
bedrijfsbeëindiging in het Handelsregister is ingeschreven
of een eerdere datum, waarvan KNV Taxi aannemelijk kan
maken dat de bedrijfsactiviteiten feitelijk zijn beëindigd;
3. De garantstelling door KNV Taxi is beperkt tot
€ 10.000,- per bindend advies. KNV Taxi verstrekt deze
garantstelling onder de voorwaarde dat de consument die
op deze garantie een beroep doet, zijn vordering op grond
van het bindend advies tot maximaal het uitgekeerde
bedrag aan KNV Taxi overdraagt (cedeert), gelijktijdig met
de honorering van zijn beroep op de nakomingsgarantie.
Voor het meerdere heeft KNV Taxi een inspanningsverplichting
om ervoor te zorgen dat het lid het bindend
advies nakomt. Deze inspanningsverplichting houdt in dat
de consument wordt aangeboden zijn vordering voor het
meerdere eveneens aan KNV Taxi over te dragen, waarna
deze organisatie op eigen naam en op kosten van KNV
Taxi de betaling daarvan in rechte zal vragen ter voldoening
aan de consument of de consument wordt aangeboden
dat KNV Taxi op naam van de consument en op kosten
van KNV Taxi de (buiten)gerechtelijke incassoprocedure
zal voeren, een en ander ter keuze van KNV Taxi.
Artikel 16: Overige voorwaarden
1. KNV Taxi zal deze Algemene Voorwaarden slechts wijzigen
in overleg met de Consumentenbond.
2. Alle Vervoerovereenkomsten waarop deze voorwaarden
van toepassing zijn verklaard, zijn onderworpen aan
Nederlands recht.
3. Vervoerder is verplicht bekendheid te geven aan de
wijze waarop Reiziger/ Opdrachtgever op diens verzoek
deze Voorwaarden kan verkrijgen.
4. Deze Algemene Voorwaarden zijn openbaar en te raadplegen
via internet, onder meer op www.knv.nl, en desgevraagd
ook kosteloos verkrijgbaar bij de vervoerder.